Vaccinatie: kwetsbaren en gemotiveerden eerst!      

            Kort na een ongewone kerstperiode zal het nieuwe jaar worden ingeluid met de start van een gigantisch vaccinatieprogramma om ons geleidelijk te bevrijden uit de wurggreep van het coronavirus. De uitrol ervan vormt een enorme logistieke uitdaging waarvan de duur nog niet goed in te schatten valt. Zeker is dat het vele maanden zal duren en dat niet iedereen tegelijk aan de beurt zal zijn. Sommigen zullen voorrang krijgen, terwijl anderen nog zullen moeten wachten. Uit de Gentse motivatiebarometer blijkt 56% van de bevolking momenteel bereid is om zich te laten vaccineren, terwijl een derde eerst de kat uit de boom wil kijken, het vaccin onvoldoende vertrouwt of ronduit tegen vaccinatie is. Nochtans is een goed gespreide minimale vaccinatiegraad van 70% nodig (rekening houdend met werkingsgraad én het aantal gevaccineerden) om voldoende groepsimmuniteit op te bouwen. Ons gedrag is dus niet alleen de sleutel om verspreiding van het virus tegen te gaan, maar bepaalt ook het succes van het hele vaccinatie­programma. Twee prangende vragen rijzen: hoe kunnen we een voldoende vaccinatiegraad bereiken bij de bevolking en hoe bepalen we een volgorde voor vaccinaties?

 

Doodlopend debat            

Er lijkt weinig discussie over de medische prioriteiten: eerst de kwetsbare groepen in de woonzorgcentra, de 65-plus senioren, de 50-plussers met risicocondities en het personeel uit de zorgsector zodat de gezondheidszorg niet in het gedrang komt. Na deze groepen wordt de volgorde minder duidelijk: er wordt gedacht aan een lijst van essentiële beroepen, maar anderen opperen dat wie de meeste kansen gemist heeft (de jongeren?) of wie grotere noden heeft (horeca, sommige zelfstandigen?) voorrang verdient. Het is duidelijk dat dit debat met een breed scala aan ethische, economische en gezondheidsargumenten gevoed kan worden en dat verschillende belangengroepen alles uit de kast zullen halen om het laken naar zich toe te trekken. Het bepalen van prioriteiten zal egoïstische motieven en verongelijkte reacties stimuleren en zal vaccinatie met een negatieve emotionele geladenheid belasten. En wie voorrang krijgt en zich niet laat vaccineren zal druk ervaren, en druk – zo weten we uit onderzoek – doet de motivatie en bereidheid verder afnemen. Kortom, het valt te voorspellen dat het bepalen van prioriteiten tot een geladen, polariserende en wellicht doodlopende maatschap­pelijke en politieke discussie zal leiden.

 

Gemotiveerden eerst

Laten we ons deze pijnlijke discussie besparen en een eenvoudigere oplossing kiezen. De onderzoeksgegevens van de motivatie­barometer tonen aan dat vooral twee factoren de bereidheid tot vaccineren bepalen: de persoonlijke overtuiging van het belang ervan en (in negatieve zin) wantrouwen tegen het vaccin. De werkgroep “Psychologie en Corona” stelt daarom voor om na de medische prioriteiten de deur open te zetten voor iedereen die uit vrije wil gevaccineerd wil worden op basis van het “first come, first served” principe. Daardoor zullen de meest gemotiveerden bij de eersten zijn en dit heeft een aantal bijzondere voordelen. Vooreerst hoeven zij niet eerst overtuigd te worden, ze zijn het al. Ze zijn te vinden in alle sociodemografische groepen van de maatschappij, zij het meer bij de ouderen dan bij de jongeren, maar toch voldoende gespreid over brede lagen van de bevolking. Bovendien, zo blijkt, doen ze het niet alleen voor zichzelf maar ook uit solidariteit met anderen en voor het algemeen belang. Niet verwonderlijk dus dat ze ook bereid zijn anderen aan te zetten tot vaccinatie; 80% van hen is zelfs bereid om vrijwillig als ambassadeur op te treden in media­campagnes om vaccinatie te promoten. En als twee dosissen van het vaccin vereist zijn zal bij hen het risico op uitval tussenin beperkter zijn. Bovendien moeten we de risicobeperkende gedrags­maatregelen nog een hele tijd volhouden, en het zijn ook de vrijwillige gemotiveerde personen die daartoe het meest bereid zijn.          

Een ander voordeel is dat zij uitgaan van ver­trouwen in het vaccin. Dit vertrouwen moet uiteraard niet onvoorwaardelijk zijn, maar als na deskundige en transparante analyse van alle gegevens door experten van onafhankelijke instanties een vaccin veilig verklaard wordt is vertrouwen gegrond. Gebrek aan vertrouwen heeft namelijk enkele vervelende nadelen. Het gaat gepaard met angst om klachten te zullen krijgen door het vaccin, en deze angst is een ideaal recept voor nocebo-effecten (het omgekeerde van placebo, soms ook het bijsluiter-effect genoemd). Nocebo-effecten zullen dus bij hen minder optreden en dus ook minder aandacht krijgen in de media. Een andere reden is dat de toediening van een vaccin, ook als het veilig is, bij heel wat mensen zal gevolgd worden door gezondheidsklachten en plots optredende aandoeningen. Deze zouden namelijk ook opgetreden zijn zonder het vaccin, maar kunnen er foutief aan toegeschreven worden. Het is immers erg moeilijk het onderscheid te maken tussen “gevolgd door” en “veroorzaakt door”. En niets is smeuïger voor sociale en andere media dan uitpakken met verhalen van mensen die klachten ontwikkelden nadat ze gevaccineerd werden, waardoor wantrouwen tegen het vaccin wordt aangewakkerd. Mensen die zich laten vaccineren uit overtuiging en uitgaan van vertrouwen hebben minder de neiging om de oorzaak van plots optredende klachten onterecht aan het vaccin toe te schrijven. 

 

Keep it simple

Met de vrije keuze als basisprincipe zullen we in eerste instantie beelden zien van oprechte trots, blijdschap en opluchting na toediening van het vaccin. Er is minder kans om er onterecht nadelen aan toe te schrijven, en getuigenissen van gevaccineerden zullen aantonen dat bijwerkingen hooguit beperkt en kortdurend zijn. Dat alles zal twijfelaars en argwanenden dan weer helpen om hun wantrouwen te laten varen. Natuurlijk zijn we er dan nog niet. Een combinatie van motiverende communicatie en gedragsondersteunende maatregelen zal nodig blijven, maar we maken het ons dan alvast niet moeilijker dan nodig. Dus, “keep it simple”,  het zal logistiek al moeilijk genoeg zijn. 

 

 

Omer Van den Bergh, KU Leuven

Maarten Vansteenkiste, UGent

Namens de werkgroep “Psychologie & Corona” (https://www.vvkp.be/dossiers/expertengroep-psychology-and-corona)