Fact - check: wet op de GGZ - beroepen

Inhoudstafel

 

 

Introductie

Naar aanleiding van enkele procedures die gestart werden voor het Grondwettelijk Hof en de Raad van Staten zagen we weer een golf van desinformatie ontstaan die voor tumult en onrust zorgt in het werkveld. De BFP heeft daarom een FACT - check gedaan van de meest frappante uitspraken en wil aan de hand van dit persdossier deze weerleggen. 

 

Actoren

  • Belgische Federatie van Psychologen: (FBP - BFP; 3300 psychologen (Nederlandstalig, Franstalig, alsook studenten), woordvoerder Mr. Lowet
  • Union Professionnelle des Psychologues Cliniciens Francophones (UPPCF, 400 leden, pluraliste)
  • Fédération du secteur ambulatoire: représente qui ou quoi? Inconnu(e), woordvoerder Mr. Dubois
  • Union Professionnel des Psychologues (UPPsy): +/- 250 psychologen (enkel Franstalig, voornamelijk psychoanalytisch), woordvoerder: Brigitte Dohmen
  • Association des Psychologues Praticiens d’Orientation Psychoanalytique (Apppsy): +/- 250 psychologen (enkel Franstalig, enkel psychoanalist), voorzitter: Mr. Martens
  • Klipsy/Alterpsy: Klipsy beweert een nieuwe NL beroepsvereniging te zijn van klinisch psychologen die “de waarde van het spreken” verdedigt. Ze beweert de NL tegenpool te zijn van Alter - psy (FR), doch deze laatste groepeert ook psychotherapeuten die geen psycholoog zijn, voorzitster Klipsy: Mevr. Laceur. 
     

Er zijn naar schatting zo’n 65 verschillende verenigingen die allen claimen enige representativiteit te hebben in het domein van de psychotherapie. Na het verschijnen van de wet van 2014 is het veld nog meer versplinterd geraakt. De diversiteit en de verdeeldheid in visie is enorm. Vaak zijn de verschillende verenigingen “schaduwverenigingen” van elkaar. Ze bestaan vaak uit dezelfde leden, organiseren zich in zogenaamde federaties, maar laten dan zowel federatie als vereniging apart zich kandidaat stellen om op die manier een hogere representativiteit te pretenderen. 

 

Bronnen waarop deze FACT - check reageert

 

Mevr. De Block weigert om met de sector te spreken

Op 14 juli 2015 riep het kabinet De Block de verzamelde sector van psychologen, orthopedagogen, psychotherapeuten en universiteiten samen. Mevr. Dohmen was daarbij aanwezig. De hele sector werd op hetzelfde moment ingelicht over de juridische problemen betreffende de wet van 04 april 2014 en gevraagd om hun mening te geven over de oplossingen aangedragen door het kabinet. Mevr. Dohmen samen met Dhr. Mony El Kaïm waren de enigen die niet akkoord waren met de aangedragen voorstellen. Er werden daarna geen consultaties meer gehouden en dat was ook niet meer nodig. Na 20 jaar debat lagen alle elementen immers al op tafel. 

In juni 2015 publiceerde de Hoge GezondheidsRaad zijn advies met betrekking tot de autonome uitoefening van de klinische psychologie. Dit belangrijke advies was mede inspiratie - bron om de wet van 04 april 2014 aan te passen. De “Association des Psychologues Praticiens d’Orientation Psychoanalytique” nauw verbonden met de UPPsy was uitgenodigd (Mevr. Susanne Wolff) doch heeft nooit deelgenomen aan de vergaderingen. 

 

Wie is wie?

Men raakt maar niet wijs uit de veelheid aan beroepsorganisaties in het veld. Dat is een feit. Het veld telt nu meer professionele organisaties dan in 2014 toen de eerste versie van de wet is verschenen. Plotseling zien we beroepsverenigingen allerhande uit de grond verschijnen. Vaak zijn het echter schaduwverenigingen van elkaar bedoeld om een hogere representativiteit aan te tonen. Een mooi voorbeeld zijn de APPpsy en de UPPsy die lange tijd op hetzelfde adres zijn gevestigd, waarvan de één haar leden oproept om bij de andere aan te sluiten, maar wel een aparte erkenning aanvraagt als representatieve beroepsvereniging. Men is helemaal niet transparant over hun leden, doch aan het aantal toegewezen plaatsen bij de Psychologencommissie kunnen we afleiden dat het nooit over meer dan 300 leden kan gaan. 

De BFP doet dat niet. De aangesloten beroepsverenigingen bij de BFP laten het aan de koepel over om zich te erkennen als representatieve beroepsvereniging. Aldus vertegenwoordigt de BFP meer dan 3300 individuele psychologen en studenten

 

“Er is een verschil tussen het noorden en het zuiden. Het noorden denkt nogal in een éénzijdige, totalitaire visie over psychologie.” Mevr. Dohmen

Dit is een grove leugen. Dit is helemaal geen communautaire kwestie. In het noorden zijn de psychologen verenigd in één grote beroepsvereniging, de Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen. Deze vertegenwoordigt alle klinisch psychologen en is pluralistisch in visie. Ze omvat collega’s die psychotherapeutisch zijn geschoold in de diverse stromingen, neuropsychologen, zelfstandigen, enz. In Franstalig België is haar zustervereniging de “Union Professionnelle des Psychologues Cliniciens Francophones", die evenzeer pluralistisch is, met een gelijkaardige visie en inhoud. Daarnaast bestaan er in Vlaanderen ook diverse psychotherapeutische verenigingen, net zoals in Franstalig België. Het is voor Mevr. Dohmen blijkbaar moeilijk om te aanvaarden dat haar andere collega’s, die tevens psycho - analytisch zijn geschoold, haar niet steunen in haar betoog. 

 

“Wij zijn evenzeer goed georganiseerd” Mevr. Dohmen

Dat is maar zeer de vraag. Op elke belangrijke bijeenkomst, rond hervormingen van het KB 78, tot voorstellingen van adviezen van de Hoge GezondheidsRaad, hebben we hen nog nooit mogen ontmoeten. Zeer vermoedelijk omdat het weinige aantal leden en het zeer beperkte lidgeld hen niet toelaten om professioneel te werk te gaan. 

 

Het voornaamste model wat bekrachtigd wordt in de wet is dat van de technisch - wetenschappelijke geneeskunde.

Dit is één van de meest gehoorde kritieken die vaak een oprechte, logische bezorgdheid wakker maakt bij collega’s door de vele doemberichten die circuleren. De realiteit is echter dat de sector vandaag reeds gemedicaliseerd is. Medische interventies (zoals psychofarmaca en hospitalisaties) zijn volop toegankelijk, terwijl psychologen nauwelijks toegankelijk zijn. In de meeste ziekenhuizen werken psychologen onder het toezicht van artsen, terwijl psychologische diensten nauwelijks uitgebouwd kunnen worden, laat staan dat psychologen vertegenwoordigd zijn in de medische raad of directies van ziekenhuizen. 

Echter, de wet op de GGZ - beroepen biedt ons nu eindelijk een mogelijkheid om dit te veranderen: 

  1. Doordat de wet ons onze autonomie binnen de klinische psychologie garandeert! Vanaf 01 september 2016 is er geen enkel arts of directeur die zal kunnen bepalen hoe een klinisch psycholoog zijn diagnostisch onderzoek, begeleiding of behandeling vorm geeft. De wetgever heeft ons die autonomie gegund op basis van zijn vertrouwen in onze universitaire en wetenschappelijke opleiding. 
     
  2. Doordat de wet ons erkent als een volwaardig autonoom gezondheidszorgberoep met een eigen adviesraad. Hierdoor kunnen we de volgende stappen voorbereiden zoals de financiering van klinische psychologie, waardoor psychologische interventies toegankelijk worden, spreken we mee als het gaat over het hervormen van onze gezondheidszorg naar een meer “niet - medische” koers, kunnen we de wet op de ziekenhuizen laten aanpassen en psychologen aldaar een betere plek bezorgen, enz. 
     
  3. Ten derde, de wet garandeert dat om het even wie naar een klinisch psycholoog van zijn keuze toe kan stappen wanneer hij of zij zelf een klacht ervaart. Er is geen DSM - diagnose vereist, er is geen verwijzing van een arts of van om het even wie nodig. De wet garandeert vrije keuze van psycholoog en vrije toegang!
     

Natuurlijk zijn er ook risico’s. Gesprekspartners zoals de mutualiteiten of het RIZIV zijn volledig medisch geïndoctrineerd. Hun ideeën en voorstellen liggen vooralsnog ver af van wat klinische psychologie is. Net daarom is het zo belangrijk dat we ons samen verenigen, dat we ons als groep van 12000 psychologen gezamenlijk onze waarden verdedigen van een brede en rijke klinische psychologie. 

 

“De wet op de GGZ - beroepen zorgt ervoor dat vele actoren (zoals vb. maatschappelijk werkers) in de geestelijke gezondheidszorg hun werk niet meer kunnen doen.” Mr. Dubois

Dit klopt natuurlijk niet. De sector geestelijke gezondheidszorg is zeer divers en wordt bevolkt door een rijk amalgaam aan zorgverstrekkers, die zowel klinisch als sociaal werk verrichten. Deze diversiteit is een rijkdom, maar is tevens noodzakelijk aangezien psychische problematiek complex is en zowel biologische, psychologische als sociale componenten omvat. De huidige wet regelt enkel enkele deelaspecten in de sector zoals de klinische psychologie, de orthopedagogiek en de psychotherapie. Dat betekent dus heus niet dat een psychiatrisch verpleegkundige geen patiënten meer kan begeleiden of een maatschappelijk assistent geen gezinnen meer kan begeleiden. Dat is klinklare nonsens en bangmakerij. 

 

“De wet op de GGZ - beroepen regelt de sector geestelijke gezondheidszorg en sluit dus bij voorbaat iedereen uit die niet geregeld wordt door deze wet.” Mevr. Dohmen

We hoorden Mevr. Dohmen verklaren dat vb. deze wet plotseling de psychiaters volledig weg schrijft uit de sector. Het is onbegrijpelijk dat iemand die pretendeert de belangen van psychologen te willen verdedigen zo’n nonsens uit slaat en zo weinig juridische kennis van zaken heeft. De wet op de GGZ - beroepen en de bijhorende raad van de GGZ - beroepen zegt enkel iets over de beroepen die door deze wet erkend worden (nl. de klinisch psychologen en de klinisch orthopedagogen) en de praktijk van de psychotherapie. De raad en de wet op zich heeft geen enkele zeggenschap over andere actoren in de GGZ die reeds een erkenning hebben als gezondheidszorgberoep (zoals vb. de psychiaters, verpleegkundigen, ergotherapeuten, psychomotorisch therapeuten, enz.). De wet op de geestelijke gezondheidszorgberoepen is geen wet op de geestelijke gezondheid!

 

De wet op de GGZ - beroepen maakt dat klinisch psychologen vervolgd kunnen worden voor onwettige uitoefening van de geneeskunde of aansprakelijk gesteld kunnen worden voor het resultaat van hun behandeling. 

Op dit moment is het reeds zo dat klinisch psychologen op illegale wijze de geneeskunde beoefenen en hiervoor vervolgd kunnen worden. De wet op de GGZ - beroepen maakt daar nu een einde aan. Tenminste voor de psychologen die erkend zullen worden als klinisch psycholoog. De Federale Raad voor de GGZ - beroepen dient nog een interpretatie te geven aan welke opleidingen verstaan kunnen worden als “masters in het domein van de klinische psychologie”. Voor andere masters of vroegere licentiaten geldt de overgangsmaatregel dat men 3 jaar relevante beroepservaring moet kunnen aantonen in het domein van de klinische psychologie. 

Wat aansprakelijkheid betreft, heeft de klinisch psycholoog een inspanningsverbintenis, nooit een resultaatsverbintenis. Hij is echter wel autonoom en dus zelf ten volle verantwoordelijkheid voor zijn handelen. Hij dient ook zelf in te schatten of hij voldoende competent is om een bepaalde problematiek te behandelen. In geval van een probleem of klacht kan een patiënt/cliënt allereerst terecht bij de Psychologencommissie, maar tevens ook bij de rechtbank indien hij of zij vindt dat hij schade heeft ondervonden. Het is dan aan een rechter om te beoordelen of de klinisch psycholoog in kwestie competent was en of hij een fout heeft begaan met schade tot gevolg. Dat is nu éénmaal de keerzijde van de medaille van autonomie

 

De voordelen van de wet op de GGZ - beroepen voor de patiënt

In het RTBF - interview met Mevr. Dohmen werd er ingezoomd op de “wachtdiensten” voor psychologen die er met deze wet zouden komen. Allereerst biedt de wet enkel de mogelijkheid voor het organiseren van dergelijke wachtdiensten. Dit kan enkel na overleg met de sector en indien er zich een nood stelt. 

Onbegrijpelijk echter dat Mevr. Dohmen met geen woord rept dat deze wet de deur eindelijk open zet voor een financiering van klinisch psychologische zorg, waardoor deze meer toegankelijk wordt. Of dat de wet op de patiëntenrechten nu ook geldt voor cliënten van klinisch psychologen, waaronder (en toch niet van de minste) het recht op vrije keuze van zorgverstrekker!

 

Het globaal medisch dossier, delen van informatie

Het meest frappante wat we tot nu toe gelezen hebben is een betoog van Francis Martens, voorzitter van APPpsy, die beweert dat Maggie De Block de psychologen zal verplichten om al hun dossiers integraal beschikbaar te stellen via het globaal medisch dossier en dat dus iedereen hier toegang toe zal krijgen. Er is dus geen sprake meer van een beroepsgeheim voor psychologen. Dit is een leugen en een heel bewuste leugen! De BFP daagt dhr. Martens uit met bewijzen te komen, zwart op wit om deze stelling hard te maken. 

Wat is er echter van aan? Uiteraard delen de psychologen vandaag al informatie over hun begeleidingen, onderzoeken, enz. met andere zorgverstrekkers via het gedeeld beroepsgeheim. Hier zijn echter strikte voorwaarden voor:

  • de patiënt/cliënt dient zijn toestemming te geven
  • het dient in het belang van de patiënt/cliënt te zijn en het is de psycholoog zelf die deze inschatting maakt!
  • de personen met wie deze informatie gedeeld worden, dienen tevens gehouden te zijn tot een beroepsgeheim. 

 

Niets nieuws onder de zon dus. Het feit dat dit elektronisch dient te gebeuren is ook al niet nieuw. Het plan E - health bestond reeds onder de vorige minister van volksgezondheid en is dus geenszins een uitvinding van Mevr. De Block. 

Je zou je bijna afvragen hoe wereldvreemd Francis Martens is dat hij dit als zo wereldschokkend ervaart?

Wat wel zo is, is dat de psychologen zelf sterk vertegenwoordigd dienen te zijn in dit debat om erover te waken dat bovenvermelde criteria overeind zullen blijven. Dat hebben we dus zelf in de hand. Des te sterker dat we verenigd zijn, des te meer dat we zullen kunnen wegen in dit debat. Een kleine vereniging zoals APPpsy heeft daar ongetwijfeld andere ervaringen in als de BFP, die wel degelijk het gevoel heeft dat men oren heeft naar de argumenten van de psychologen. 

Wat ook zo is, is dat klinisch psychologen vandaag totaal niet gedigitaliseerd zijn. Logisch ook, want ze hebben hier nooit enige administratieve of financiële ondersteuning in gekregen. Als Maggie De Block dus wenst dat psychologen ook op elektronisch wijze informatie delen, dan zal ze met voldoende middelen over de brug moeten komen om dit waar te maken.

De nadruk wordt steeds meer gelegd op interdisciplinaire aanpak van gezondheidsproblemen. Het is in dit kader dat uitwisseling nodig is, doch doelgericht en in overleg met de patiënt.

 

De KCE - studie is geen beleid van de minister van Volksgezondheid!

De KCE - studie rond de organisatie - en financiering van klinisch psychologische zorg werd gevraagd door de minister van volksgezondheid evenals door de BFP. Het KCE is een onafhankelijk onderzoeksinstituut en dient aldus de minister van advies. Haar studies zijn geenszins te beschouwen als beleid van de minister van volksgezondheid. Hetzelfde geldt voor de BFP. De BFP, aangezien ze niet beschikt over een eigen studiedienst, bestelt ook studies extern. Het resultaat van een dergelijke studie, overigens uitvoerig becommentarieerd door één van onze deelverenigingen (VVKP), is dan ook geenszins te beschouwen als de visie van de BFP. Zoals met elke studie, bevat de KCE studie interessante elementen, maar ook elementen waar de BFP het helemaal niet mee eens is. 

We gebruiken de werkzame elementen uit deze studie in onze eigen voorstellen tot toekomstige financiering van klinisch psychologische zorg. Een thema, dat cruciaal is voor het voortbestaan van de vele psychologische praktijken in dit land, maar waar we bitter weinig over horen bij de andere zogenaamde beroepsverenigingen. 

Opvallend is dat Dohmen beweert dat de patiënten niet meer meester zullen zijn over hun eigen keuze als het gaat over behandeling. Dat is vreemd, want een KCE - studie verandert niets aan de wet op de patiëntenrechten. Zelfs als er een verplicht getrapt model zou komen, waar de BFP niet meteen voor pleit, dan nog heeft de patiënt vrije keuze van eerstelijnspsycholoog en kan de psycholoog in kwestie zelf kiezen om verschillende functies al dan niet te combineren. Op welke manier zou de patiënt dan geen baas meer zijn? Binnen het niet gefinancierde traject blijft zelfs alles mogelijk, net zoals dat nu ook vandaag al het geval is. 

 

Klipsy “ontmaskerd”

Een aantal weken geleden mochten we de geboorte, “uit het niets”, volgen van een zogenaamde nieuwe beroepsvereniging. In de Knack kreeg voorzitster Nathalie Laceur een vrije tribune. Wat we daar lazen sloeg ons met verstomming. Het is het schoolvoorbeeld van hoe bepaalde groepen aan desinformatie doen. Heel wat van de elementen uit haar betoog hebben we in het voorgaande reeds ontkracht. Een twee - tal elementen pikken we er wel nog uit. 

Met onvervalst knip en plakwerk uit de KCE - studie komt Laceur tot de volgende zin: “Adviserende psychologen verbonden aan betalende organisaties" zullen op grond van een "functioneel bilan" de exacte duur (het aantal sessies, zo wordt meermaals benadrukt, dient beperkt te worden) en de aard van die zorg bepalen. De klinisch psycholoog wordt daarmee slechts de uitvoerder van een door hen opgelegd zorgprotocol en de patiënt kan niet anders dan dat protocol te doorlopen, zo niet verliest hij zijn recht op terugbetaling.”

Ten eerste, de “adviserend psycholoog” beoordeelt enkel een verlenging van een gespecialiseerde behandeling en schat dus samen met de behandelende psycholoog in of verder zetting aangewezen is. Wij beschouwen dat dus als een vorm van supervisie. De verbinding met een verzekeraar is echter inderdaad uit den boze, ook voor ons als BFP

Ten tweede, het "functioneel bilan" dient enkel om de doorverwijzing naar gespecialiseerde hulp mogelijk te maken. In het bilan wordt geen uitspraak gedaan over vorm, inhoud of duur van behandeling. Dat blijft de autonomie van de klinisch psycholoog. Er is dus op geen enkele wijze sprake van een reductie van de rijkdom aan het klinisch psychologisch aanbod tot één of ander “zorgprotocol” dat psycholoog en cliënt slaafs zouden moeten volgen. 

Overigens, de KCE - studie dateert van april 2016. De sector werd reeds geïnformeerd in de zomer van 2015 over de wetswijzigingen. Beweren dus dat de KCE - studie de inspiratiebron was voor de wetswijziging is dus onzin, los van het feit dat men op die manier de onafhankelijkheid van het KCE helemaal in twijfel trekt natuurlijk. 

Een ander stuk dat we er uit nemen is haar stelling dat “evidence - based psychology" er prat op gaat via geprotocolleerde behandelingen snel op voorhand vastgelegde resultaten te kunnen boeken. Hier vallen de maskers eindelijk af. Want als Laceur effectief beweert de identiteit van psycholoog aan te hangen dan weet ze dat de definitie van evidence - based psychology (internationaal gevalideerd en gecreëerd door de American Psychological Association) de combinatie inhoudt van "het toepassen van de wetenschappelijke kennis, aangevuld met je eigen klinische ervaring en afgestemd op de noden van je cliënt en diens omgeving." Een dergelijke definitie laat zich geenszins herleiden tot een protocollaire aanpak!

Maar Laceur hangt geen identiteit van psycholoog aan, ze is psycho - analyticus. In een ver verleden heeft ze misschien ooit een diploma psychologie behaald, doch blijkbaar ligt die kennis en kunde al lang begraven onder een dikke laag indoctrinatie in één van de meest rabiate vormen van psycho - analyse. Want in de oprichters van Kllipsy herkennen we dezelfde groep van mensen die in 2014 gevraagd en bekomen hadden om de psycho - analyse uit de wet op de GGZ - beroepen te halen. Deze groep van mensen wil geen erkenning, geen reglementering. Deze groep van mensen predikt de volledige vrijheid, zonder enige vorm van controle, want niemand zou in staat zijn om te begrijpen waar de psycho - analyse om gaat, behalve de psychoanalisten zelf. Over de noden van de patiënt geen woord, laat staan het feit dat we in een rechtstaat leven. Men stelt zich dan toch de vraag wie hier dan eigenlijk de wolf in schaapsvacht is

 

De BFP zou niet pluralistisch zijn, omdat er geen psychoanalytische vereniging zou aangesloten zijn

In leguidesocial.be beschuldigt het collectief Copel - Cobes de BFP ervan om niet pluralistisch te zijn zoals de BFP altijd beweerd heeft. In het artikel geeft ze (een overigens foutieve) opsomming van enkel de Franstalige klinische verenigingen die zijn aangesloten bij de BFP. Door te wijzen op het onderscheid tussen de verschillende stromingen en aan te tonen dat er slechts 3 van de 4 stromingen “vertegenwoordigd” zouden zijn binnen de BFP, tracht men de BFP te bestempelen als “niet representatief”. Het toont nog maar eens hoe onprofessioneel en onwetend men is. Jammer dat men niet gewoon in gesprek wilt gaan. 

De BFP is een vereniging van psychologen, ze beschouwt psychotherapie als een onderdeel, een specialisatie van het klinisch psychologisch werken. De enige reden waarom er destijds bij de BFP psychotherapie - verenigingen zijn aangesloten, was omdat in Franstalig België, in tegenstelling tot Vlaanderen, psychologen er voor gekozen hadden om binnen hun kleine niches verenigingen op te richten. Met de komst van de Union Professionnelle des Psychologues Cliniciens Francophones zal dat hopelijk veranderen. 

De BFP telt zowel aan Nederlandstalige zijde als Franstalige zijde klinisch psychologen vanuit alle diverse therapeutische oriëntaties, waaronder zeker ook de psycho - analytische traditie. Pikant detail, het APPpsy maakte vroeger deel uit van de BFP. Na hun vertrek creëerde de BFP de mogelijkheid tot individueel lidmaatschap. Ondertussen mag de BFP meer dan 200 individuele FR leden kennen. 

 

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht