BTW - vrijstelling voor zelfstandige groepspraktijken

16-01-2017
Federatie Vrije Beroepen

Sinds 01 juli 2016 is er een nieuw artikel van kracht in het BTW - wetboek nav Europese reglementering. Voor bestaande praktijken die werken als een kostendelende vereniging verandert er nagenoeg niets. Echter, voor praktijken waar er een verticale samenwerking is (vb. 1 praktijkhouder) zal er voortaan BTW verschuldigd zijn. U dient uw contracten van uw zelfstandige groepspraktijken in te dienen bij uw plaatselijk BTW - kantoor. 

Diensten verricht door een zelfstandige groepering

In het verleden was het zo dat diensten die verricht werden door een "zelfstandige groepering" (vb. een groepspraktijk) aan haar leden (de psychologen behorende tot die praktijk) vrijgesteld waren van BTW, zolang de dienstverlening zich beperkte tot de eigen leden en de ontwikkelde activiteiten van de leden zelf vrijgesteld waren van BTW.

In de nieuwe regelgeving werden de voorwaarden aangepast, waardoor het toepassingsgebied van deze vrijstelling tegelijk verruimd, maar ook beperkt werd. De belangrijkste voorwaarden zijn:

  1. de leden van de groepering oefenen op geregelde wijze een activiteit uit die is vrijgesteld van de BTW op grond van artikel 44 van het BTW-wetboek, of waarvoor zij niet belastingplichtig zijn. Deze activiteiten dienen een overwegend deel van de activiteiten van de leden uit te maken;
     
  2. de groepering levert diensten aan haar leden die direct nodig zijn voor de uitvoering van de vrijgestelde activiteiten of activiteiten waarvoor zij niet belastingplichtig zijn. Indien de groepering ook diensten verleent aan externen, dienen de diensten geleverd aan internen een overwegend deel uit te maken van de activiteiten van de groep;
     
  3. de vergoedingen of retributies die door leden betaald worden vertegenwoordigen enkel de terugbetaling van hun respectievelijk aandeel in de door de groepering gedane gezamenlijke uitgaven; 
     
  4. de vrijstelling leidt niet tot concurrentieverstoring.

 

Nieuw: meldingsplicht

Wat nieuw is, is dat elke bestaande zelfstandige groepering van personen verplicht wordt om binnen de maand volgend op de oprichting van de groepering aangifte te doen bij het bevoegde btw-controlekantoor . Daarenboven dient de groepering aan dit kantoor o.a. een lijst voor te leggen van haar leden alsook van de aard van hun activiteit binnen dezelfde termijn (i.e. binnen de maand volgend op de aanvang van de activiteit). Elke toevoeging of vermindering van het ledenbestand dient eveneens binnen de maand volgend op de wijziging doorgegeven te worden. Voor groeperingen die op 1 juli 2016 reeds een vrijgestelde activiteit uitoefenden gold een overgangsregeling. Groeperingen die uiterlijk op 31.12.2016 uit de overgangsregeling stappen zullen hun melding van aanvang van de activiteit uiterlijk op 31.01.2017 moeten indienen.

Het FVB heeft van het kabinet van de minister bevestigd gekregen dat het geenszins de bedoeling is om een heksenjacht te openen. 

Consequenties

Afgezien van de meldingsplicht lijkt de voornaamste consequentie toch vooral te slaan op groepspraktijken waarbij één van de vennoten een praktijk ter beschikking stelt van zijn collega’s (i.e. een verticale samenwerking). Deze wordt immers niet beschouwd als een kostenassociatie en kan dus geen gebruik maken van de vrijstelling. Het zal dus van belang zijn om te analyseren of uw bestaande of toekomstige samenwerking met collega’s voldoet aan de voorwaarden en om uw vereniging tijdig aan te melden bij de BTW-administratie.

In alle geval raden we u aan om contact te nemen met uw boekhouder voor de analyse hiervan. 

 

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht