bijlage over advies en expertise
bijlage over het beroepsgeheim
bijlage over adviesaanvragen,….aanvragen om getuigschriften
April 2004
Deze Code is bestemd om als algemene referentie van beroepsethiek te dienen voor alle psychologen, ongeacht hun werkterrein, hun bedoelingen, hun methodes, hun functies of hun theorieën. E.F.P.A.: European Federation of Psychologists Associations.
Een psycholoog neemt in het kader van zijn competenties persoonlijk verantwoordelijkheid op voor de keuze, de toepassing en de gevolgen van de methodes en technieken die hij toepast. Hij staat tevens persoonlijk in voor professionele adviezen die hij geeft ten aanzien van individuen, van groepen en van de maatschappij. De toepassing van deze drie principes berust op de plicht tot eerlijkheid die elke psycholoog heeft bij het uitoefenen van al zijn activiteiten en in zijn voortdurende inspanning om zijn referenties en methodes, zijn taken en functies, evenals de diensten die hij aanbiedt, ter verduidelijken.
b) eerbied voor de morele waarden van de persoon. De psycholoog respecteert dus de persoonlijke wil van zijn cliënt of van de proefpersoon om volgens zijn eigen overtuigingen te leven. Het principe van de eerbied voor de menselijke persoon impliceert ook het respect voor de vrijheid (zelfbeschikking) van de cliënt of de proefpersoon in de mate van diens mogelijkheden. c) Het verbod om voornoemde verschillen of waarden aan te wenden om het privé-leven te onderdrukken of er zich op willekeurige wijze in te mengen, of om de eer en de reputatie van de persoon te schaden, zowel tijdens als na zijn beroepspraktijk als psycholoog. Een wijziging van die waarden kan niet zonder dat de cliënt of de proefpersoon hiertoe uitdrukkelijk zijn wil heeft te kennen gegeven of zonder dat dit deel uitmaakt van de mogelijke gevolgen die uitdrukkelijk zijn geformuleerd in de overeenkomst die hij met de psycholoog heeft afgesloten. De eerbiediging van de persoon impliceert dus het verbod tot elke manipulatie van zijn lijden of van zijn probleem om op verholen wijze zijn overtuigingen te wijzigen. (Cf. Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Art. 12). 1.1.2 Alles wat eerbied voor de menselijke persoon inhoudt, is van toepassing zowel zodra de professionele relatie een aanvang neemt, als tijdens die relatie en na de beëindiging ervan.
De psycholoog is altijd persoonlijk verantwoordelijk voor zijn werk en de kwaliteit ervan. Hij gaat een inspanningsverbintenis aan en geen resultaatsverbintenis.
De psycholoog geeft aan zijn collega’s alle mogelijke hulp zodat deze kunnen handelen overeenkomstig deze Code.
Inleiding.
Het voornaamste doel ervan is het publiek en de psychologen te beschermen tegen mogelijke misbruiken van de psychologie.
De bepalingen van deze Code gelden voor alle psychologen, al dan niet aangesloten bij een beroepsorganisatie en/of bij de Belgische Federatie van Psychologen (BFP- FBP). Zij gelden tevens voor studenten in de Psychologie tijdens hun stages. Psychologen die stages begeleiden, zowel aan de Universiteit als op het terrein, zien erop toe dat de stagiairs de bepalingen van de code naleven.
De Beroepsverenigingen die deze Code ondertekenen en binnen de FBP-BFP verdeeld zijn in vier sectoren (klinische psychologie, arbeids- en organisatiepsychologie, schoolkeuzevoorlichting, onderzoek en onderwijs), zetten zich in om ze bekend te maken en ze te doen naleven. Wanneer psychologen toetreden tot deze Verenigingen, houdt dit in dat zij zich ertoe verbinden de bepalingen van de Code na te leven.
Woordenlijst.
Voor het goede begrip van deze tekst, verstaan wij onder:
F.B.P.- B.F.P.: Fédération Belge des Psychologues. Belgische Federatie van Psychologen
Psycholoog: Elk individu dat het beroep van psycholoog uitoefent, ongeacht of hij al dan niet is opgenomen in de Lijst van Psychologen (Wet van 08 november 1993) of aangesloten is bij een Beroepsvereniging van psychologen of bij de Belgische Federatie van Psychologen.
Cliënt: Elk individu, elke groep of elke organisatie die een beroep doet op de professionele diensten van een psycholoog.
Proefpersoon: Elk individu dat door een derde naar een psycholoog wordt doorverwezen en het voorwerp uitmaakt van zijn beroepsactiviteit of elk individu dat deel uitmaakt van een testgroep voor psychologisch onderzoek.
Algemene principes.
De complexiteit van de situaties waarmee psychologen in aanraking komen, maakt een systematische toepassing van praktische regels onmogelijk. De naleving van de regels van deze Code berust dus op ethisch beraad en onderscheidingsvermogen.
Voor haar structuur gaat deze code uit van vier basisprincipes die in overeenstemming zijn met de meta-code van de EFPA : 1) Eerbiediging van de waardigheid en de rechten van de persoon.
Een psycholoog eerbiedigt en verdedigt de fundamentele rechten van het individu: vrijheid, waardigheid, privacy en autonomie. Hij komt alleen tussen na vrije en bewuste instemming van dit individu en erkent zijn recht op eigen keuze van psycholoog.
Hij respecteert de integriteit van elk individu zonder enig onderscheid.
Hij vrijwaart het privé-leven van elk individu door de vertrouwelijkheid van zijn tussenkomst te verzekeren, ook wanneer hij verplicht is elementen hiervan door te geven. De strikte naleving van het Beroepsgeheim is een minimaal aspect van deze verplichting.
2) Verantwoordelijkheid.
3) Competentie.
De competentie van een psycholoog berust op theoretische kennis van een hoog niveau, die hij onophoudelijk bijwerkt door permanente bijscholing en waarbij hij zich bevraagt over zijn persoonlijke betrokkenheid in het begrijpen van andermans gedrag. Hij staat borg voor zijn eigen kwalificaties, maar is zich ook bewust van zijn eigen beperkingen en van die van zijn technieken.
4) Integriteit.
Deontologische code
1- Eerbiediging van de rechten en de waardigheid van de persoon.
1.1 Eerbiediging van de persoon.
1.1.1 De uitoefening van het beroep van psycholoog impliceert steeds en in alle gevallen de eerbied voor de gehele menselijke persoon
1.1.2 Dit betekent:
a) Eerbied zonder enige vorm van discriminatie op grond van verschillen inzake volk, cultuur, geslacht, taal, vermogen of geboorte. Zo ook mag er geen enkele discriminatie zijn gebaseerd op relgieuze, politieke of welke overtuiging ook, of op nationale of sociale afkomst. Dit houdt ook de erkenning in van het recht op gezondheid en welzijn voor elkeen, als ieder ander, en los van deze verschillen (Cf. Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Art. 2)
Van bij de aanvang zal de psycholoog zijn cliënt of proefpersoon op de hoogte brengen van de algemene voorwaarden van de professionele relatie.
1.2 Privé-leven en vertrouwelijkheid.
1.2.1.
Uit zorg om de privacy van personen die hij binnen een professionele context ontmoet en bewust van de noodzaak van de toegankelijkheid van het beroep voor allen, houdt de psycholoog zich aan absolute geheimhouding van alles wat hij door en tijdens zijn beroepsactiviteit verneemt. Dit houdt op zijn minst de naleving in van het verplichte Beroepsgeheim zoals bepaald in artikel 458 van het Belgische Strafwetboek.
1.2.2
De psycholoog kan op eigen verantwoordelijkheid vertrouwelijke gegevens waarover hij beschikt delen om de doeltreffendheid van zijn werk te optimaliseren. Hiertoe houdt hij zich aan de gebruikelijke regels betreffende het gedeeld geheim (voorafgaande toestemming van de bewaarder van het geheim; uitsluitend in het belang van deze laatste; beperkt tot wat strikt noodzakelijk is; uitsluitend met personen die het beroepsgeheim naleven…) en de regels die de BFP eventueel heeft bepaald voor de verschillende terreinen van de beroepsactiviteit van psychologen.
1.2.3.
Zodra een psycholoog begint aan een onderzoekswerk, een onderzoek, een begeleiding of een behandeling, treedt hij in een vertrouwelijke relatie met zijn cliënt of met de proefpersoon en is hij gebonden door het beroepsgeheim.
Indien hij verslag uitbrengt bij een daartoe bevoegde persoon, beperkt hij zich tot de informatie die rechtstreeks betrekking heeft op de gestelde vraag.
Het einde van de professionele overeenkomst heft de verplichting tot geheimhouding niet op, zelfs niet na het overlijden van de cliënt of de proefpersoon.
1.2.4.
De psycholoog moet de toestemming van de cliënt, de proefpersoon of van zijn wettelijke vertegenwoordiger hebben vooraleer hij overgaat tot het opnemen (manueel, audiovisueel, informatica enz.) van gegevens die betrekking hebben op deze persoon. Dit geldt eveneens voor de overdracht van gegevens voor ongeacht welk doeleinde.
Elke persoon behoudt het toegangsrecht tot de registratie van gegevens die hem aangaan, en alleen tot die gegevens. Hij heeft tevens het recht die gegevens te laten vernietigen.
De psycholoog zorgt ervoor dat documenten die zijn opgesteld in het kader van zijn werk altijd op dusdanige wijze worden opgemaakt en bewaard dat zij het beroepsgeheim vrijwaren. Hij mag de opname van gegevens die hij bij zijn werk heeft verzameld vernietigen indien het behoud ervan aanleiding kan geven tot ethische problemen of de garantie van het beroepsgeheim in gevaar kan brengen. Psychologen moeten er zich van bewust zijn dat de overdracht van gegevens via elektronische post niet 100% beveiligd is. Bij telefonische overdracht moet de identiteit van de correspondent vaststaan.
1.2.5.
Door de geheimhouding die de psycholoog aan zijn cliënt verschuldigd is, is het hem verboden bekend te maken dat een persoon zijn diensten heeft ingeroepen. Op verzoek van de cliënt kan hij hem een bewijs van consultatie afgeven.
1.2.6
De psycholoog brengt deelnemers aan een groepsessie ervan op de hoogte dat een willekeurig aspect van het privé-leven van een onder hen bekend kan worden gemaakt. Hij moet hen verzoeken om de vertrouwelijke aard van de gegevens waarvan zij tijdens de zitting kennis kunnen krijgen, te respecteren.
1.3. Geïnformeerde toestemming en vrijheid van toestemming
1.3.1.
De psycholoog geeft aan de cliënt of aan de proefpersoon een begrijpelijke en waarheidsgetrouwe beschrijving van zijn optreden. Wanneer de cliënt daarom vraagt, moet hij hem ook op de hoogte stellen van de resultaten van de onderzoeken die hem aangaan, en dit op een zodanige wijze dat hij er baat bij vindt. De psycholoog antwoordt eveneens op de vragen die hem worden gesteld naar wat er met de ingewonnen gegevens zal gebeuren.
1.3.2.
Evaluaties door een psycholoog (diagnose of expertise) mogen alleen personen of situaties aangaan die hij zelf heeft kunnen onderzoeken. Zijn adviezen of toelichtingen mogen dossiers of algemene situaties betreffen waarover aan hem verslag is uitgebracht.
1.3.3.
De psycholoog neemt niemand tegen zijn wil in onderzoek, begeleiding of behandeling. Hij erkent het recht van de cliënt of van de proefpersoon om op het even welk ogenblik zijn deelname te onderbreken.
De psycholoog moet bij elke evaluatie, ongeacht van wie het verzoek uitgaat, de betrokken personen herinneren aan hun recht om een contra-evaluatie te vragen.
In onderzoekssituaties brengt hij hen op de hoogte van hun recht om zich er op elk ogenblik uit terug te trekken.
Bij een gerechtelijk deskundigenonderzoek behandelt de psycholoog elk van de partijen even onpartijdig. Hij is er zich van bewust dat zijn taak erin bestaat het gerecht duidelijkheid te verschaffen over de vraag die hem is gesteld en geen bewijzen, argumenten of beoordelingen aan te brengen.
1.3.4.
Er is geen instemming van de cliënt nodig wanneer de psycholoog zijn opdracht heeft gekregen van een overheid die hiervoor wettelijk bevoegd is. In dit geval echter moet de psycholoog voor de aanvang van de professionele relatie nagaan of zowel de derde als de cliënt beschikken over dezelfde informatie inzake het doel, de middelen en de overdracht van de gegevens.
1.3.5.
Indien de professionele relatie is opgelegd door een bevoegde derde (bijvoorbeeld ouders, voogd, voorlopig bestuurder, magistraat, werkgever), moet de cliënt op de hoogte worden gesteld van alle mogelijke gevolgen van deze relatie. De psycholoog informeert deze derde en de cliënt op precieze wijze van de verschillende modaliteiten en plichten waaraan hij zich moet houden, zowel tegenover de ene als tegenover de andere. De cliënt moet niet noodzakelijk het voor de derde bestemde verslag krijgen, maar hij moet, indien hij dit wenst, kennis krijgen van de elementen die in het verslag zijn gebruikt (zoals resultaten van tests of van andere evaluatie-instrumenten), evenals van de conclusies die zijn persoon aangaan.
1.3.6.
Een psycholoog kan op hun verzoek minderjarigen of wettelijk beschermde meerderjarigen ontvangen. Bij zijn tussenkomst houdt hij rekening met hun situatie, hun statuut en de wettelijke bepalingen die van kracht zijn. Wanneer een wettelijke vertegenwoordiger verzoekt om een raadpleging voor een minderjarige of voor een wettelijk beschermde meerderjarige die onder zijn gezag staat, probeert de psycholoog hun instemming te verkrijgen in de mate van hun mogelijkheden.
1.3.7.
De vrije en geïnformeerde toestemming van de cliënt berust op zijn vermogen om vrij te handelen en om verantwoordelijkheid op te nemen voor zijn handelingen.
Ingeval de cliënt niet meer als dusdanig kan handelen, hetzij om medische hetzij om psychologische redenen, zal de psycholoog die professioneel belast is met deze cliënt, zich in eerste instantie beroepen op de desiderata die de cliënt zelf eventueel heeft geformuleerd voordat hij in zijn huidige toestand is terechtgekomen, en vervolgens op de desiderata van een derde die wettelijk verantwoordelijk is voor de cliënt.
2 - Verantwoordelijkheid.
2.1. Kwaliteitsvereiste.
2.1.1.
In de uitoefening van zijn beroep moet de psycholoog een hoog kwaliteitsniveau handhaven. Bij zijn werk houdt hij rekening met de meest recente ontwikkelingen in de psychologie. Hij doet geen onderzoeken waarvoor hij niet de vereiste kwalificatie heeft.
2.1.2.
De psycholoog beoogt zijn activiteiten door middel van geëigende methodes te evalueren.
2.1.3
De psycholoog eist van zijn medewerkers niet-psychologen de naleving van de deontologische regels in de taken die hij hen oplegt. Hij neemt de verantwoordelijkheid op voor hun eventuele niet-naleving.
2.2. Vermijden van schade.
2.2.1.
De psycholoog mag geen oneigenlijk of winst beogend gebruik maken van zijn psychologische kennis.
2.2.2
Hij zal geen methodes aanwenden die de betrokken personen schade kunnen toebrengen, die hen raken in hun waardigheid of die verder gaan in hun privé-leven dan dit voor het nagestreefde doel vereist is.
2.2.3
Hij zal de nodige maatregelen treffen die hem moeten toelaten tijdig de eventueel nadelige en voorzienbare gevolgen van zijn werk te onderkennen.
2.2.4 Hij zorgt ervoor verzekerd te zijn om zich te voorzien tegen eventuele schadegevallen.
2.3. Continuïteit van de zorg.
2.3.1.
De psycholoog moet de continuïteit verzekeren van de professionele diensten die hij aan de cliënt verstrekt, met inbegrip van zijn medewerking met andere beroepen.
2.3.2.
Hij neemt alle nodige maatregelen wanneer hij zijn verbintenis moet opschorten of beëindigen.
2.4. Oplossing van ethische problemen.
2.4.1
Wanneer de psycholoog beseft dat een hem voorgelegd probleem een ethische dimensie heeft, moet hij daar rekening mee houden en pogen er een gepaste oplossing voor te vinden.
2.4.2.
Indien nodig, mag hij niet aarzelen collega’s en/of de federatie (BFP-FBP) te raadplegen, die beide de plicht hebben hem daarin bij te staan.
2.4.3
3- Competentie
3.1
De psycholoog moet deze Deontologische Code kennen en ze in zijn beroepspraktijk toepassen.
3.2
De psycholoog praktiseert binnen de beperkingen van de competentie die hij heeft verworven door zijn opleiding en zijn ervaring. Hij doet dit binnen het kader van de theorieën en de methodes die erkend worden door de wetenschappelijke gemeenschap der psychologen, en houdt daarbij rekening met de kritieken op en de evolutie van deze theorieën en methodes.
3.3
De psycholoog moet zich bewust zijn van de beperkingen van de door hem aangewende procedures en methodes. Hij houdt rekening met deze beperkingen bij de besluiten die hij trekt. Hij legt een maximum aan objectiviteit aan de dag in al zijn activiteiten (therapie, onderzoek, verslag).
3.4
In de uitoefening van zijn beroep moet de psycholoog zijn professionele competentie op peil houden en verder ontwikkelen
3.5
De psycholoog mag zijn beroep niet uitoefenen wanneer zijn oordeel en zijn mogelijkheden aangetast zijn, bijvoorbeeld bij ernstige ziekte of bij risico van partijdigheid.
4- Integriteit
4.1 Vergoedingen.
4.1.1
De psycholoog is verplicht eerlijk te zijn over de financiële gevolgen van zijn beroepsactiviteiten. Die gevolgen maken het voorwerp uit van een overeenkomst die wordt afgesloten voor de aanvang van de tussenkomst. Deze overeenkomst is herzienbaar op verzoek van elk van de partijen volgens overeen te komen modaliteiten.
4.1.2
De psycholoog aanvaardt noch biedt enige commissie wanneer hij een cliënt doorverwijst naar of doorverwezen krijgt van een andere beroepsbeoefenaar.
4.1.3.
In geval van betwisting over zijn ereloon, kan de cliënt en/of de psycholoog het advies inwinnen van de Commissie Ethiek en Deontologie van de Federatie.
4.2. Nauwkeurigheid in de relaties met het publiek.
4.2.1.
De psycholoog mag zijn diensten bekendmaken op voorwaarde dat hij ze objectief voorstelt en niet rechtstreeks klanten werft. Hij moet een correcte vermelding geven van zijn titels en kwalificaties (zoals voorzien bij de wet die de titel van psycholoog beschermt), van zijn opleiding, zijn ervaring, zijn competentie, evenals van de beroepsverenigingen waarbij hij is aangesloten.
4.2.2
De psycholoog moet vermijden beroepshandelingen te stellen of uit te breiden zonder dat hiertoe voldoende grond bestaat. Hij mag geen handelingen stellen die niet in verhouding staan tot de noden van de cliënt.
4.2.3
De psycholoog mag onder zijn naam alleen studies of onderzoek publiceren dat hij persoonlijk heeft geleid of waartoe hij actief heeft bijgedragen. Hij ziet erop tot dat de mogelijkheden en beperkingen van de toepassing van de psychologie op correcte en duidelijke wijze worden voorgesteld in zijn publicaties en in zijn verklaringen.
4.2.4
De psycholoog moet alle nodige informatie op een klare en duidelijke wijze meedelen en is er tevens verantwoordelijk voor dat deze informatie begrijpelijk is. Hij mag alternatieve hypotheses niet verhullen of negeren.
4.2.5 Psychologen die deelnemen aan het opstellen van psychologische adviezen in de media, mogen deze adviezen slechts in algemene termen verwoorden.
4.3. Belangenconflicten en exploitatie.
4.3.1.
De psycholoog mag met zijn cliënten of proefpersonen enkel professionele betrekkingen onderhouden.
Hij gebruikt zijn positie niet voor proselitisme of vervreemding van de ander.
Hij gaat niet in op een verzoek van een derde die een ongeoorloofd of immoreel voordeel nastreeft of die zijn gezag misbruikt bij het inschakelen van zijn diensten.
4.3.2.
Seksuele toenaderingen tussen de psycholoog en zijn patiënten zijn ten strengste verboden.
4.3.3.
Wanneer een psycholoog zijn beroep zowel in loondienst als in privé-praktijk beoefent, mag hij niet van het eerste profiteren om "privé-cliënten" te werven.
4.3.4.
Een psycholoog die verschillende activiteiten beoefent (bijvoorbeeld, expertise, diagnose op verzoek van derden, therapie, administratieve functies,…), moet erop toezien dat de cliënt op de hoogte is van die verschillende soorten activiteiten. Hij moet zijn cliënt altijd van bij de aanvang duidelijk vermelden in welk kader hij hem ontmoet. Hij beperkt zich tot een enkele activiteit bij dezelfde persoon.
4.3.5.
De psycholoog aanvaardt geen officiële opdracht of deskundigenonderzoek waarbij vroegere cliënten of proefpersonen betrokken zijn of wanneer hij zijn objectiviteit niet kan waarborgen.
4.3.6.
Wanneer psychologen in verenigingsverband werken, hetzij binnen een institutioneel kader, hetzij in een privé-verband, moeten zij de activiteiten duidelijk verdelen onder elkaar en elk belangenconflict vermijden door absolute voorrang te geven aan de cliënt.
4.4. Betrekkingen met collega's, werkgevers en andere disciplines.
4.4.1.
De psycholoog eerbiedigt de opvattingen en de praktijk van zijn collega’s in zoverre deze in overeenstemming zijn met de Code. Dit sluit echter de mogelijkheid van gegronde kritiek niet uit.
Hij steunt zijn collega's tegenover het publiek of tegenover ongegronde kritiek. Hij doet nooit aan vergelijkende reclame.
Binnen een institutioneel kader onderhoudt hij contacten met zijn collega's om de praktijk van de psychologie zichtbaarder en coherenter te maken.
4.4.2.
Bij samenwerking met andere beroepen zal de psycholoog zijn professionele identiteit en onafhankelijkheid doen eerbiedigen en zelf die van anderen eerbiedigen. Deze onafhankelijkheid vormt een recht van de cliënt die zijn psycholoog kiest.
4.4.3.
Wanneer wat aan de psycholoog in het kader van zijn beroep wordt gevraagd, strijdig is met deze Code, moet hij handelen volgens de algemene principes van deze Code en zich desnoods wenden tot de Commissie Ethiek en Deontologie van de Federatie, die hem moet bijstaan.
4.4.4.
Wanneer een psycholoog bij de uitoefening van zijn beroep contractueel of statutair verbonden is aan een privé-onderneming of een openbare instelling, houdt dit geen wijziging in van zijn professionele plichten en in het bijzonder van de verplichtingen betreffende het Beroepsgeheim en van de onafhankelijkheid in de keuze van methodes en in zijn beslissingen. Bij het opmaken van contracten maakt hij melding van de Deontologische Code en hij verwijst ernaar in zijn professionele verbintenissen.
4.4.5.
De psycholoog mag geen enkele druk dulden bij de uitoefening van zijn functies. Bij moeilijkheden is het aangewezen de Commissie Ethiek en Deontologie van de Belgische Federatie van Psychologen hiervan op de hoogte te brengen.
4.4.6.
Wanneer een psycholoog van oordeel is dat een collega zich niet gedraagt in overeenstemming met deze Code, mag hij hem daarop wijzen en mag hij, in geval van onenigheid, zich wenden tot de Commissie Ethiek en Deontologie van de Federatie.
De Commissie Ethiek en Deontologie.